Nog een weblog. Alsof je niet genoeg te doen hebt.

7 maart 2010

Debt Is A Political Issue

Earlier this week I gave a talk about the state of the crisis at Princeton’s Plasma Physics Lab, and one audience member asked a really good question: if the problem is that interest rates are at the zero lower bound, why should we worry about government borrowing? After all, doesn’t that mean that the government can borrow at a zero rate?

Now, part of the answer is that you really don’t want governments financing themselves largely with very short-term debt — that makes them too vulnerable to liquidity crises. But even long-term rates are low — the real interest rate on 10-year bonds is below 1.5 percent.

And if you do the arithmetic of debt service, that really does seem to suggest that debt isn’t a problem.

lees verder

Mond op mond beademing van Femke

Femke Halsema deed in een opiniestuk,  dat gisteren in de Volkskrant te lezen was, drie aanbevelingen voor de politici, bedoeld om na de verkiezingen van 9 juni het land bestuurbaar te houden.

Het is een artikel met een verhaal dat we de laatste tijd wel vaker horen; het electoraat is te versplinterd waardoor het vormen van stabiel bestuur onmogelijk zou worden. Vervolgens een rekensom waaruit die onbestuurlijkheid moet blijken, en het hele artikel is doordrenkt met de gedachte, dat dit vroeger anders was.

Dat het electoraat versplinterd is, kan moeilijk ontkend worden. Maar het idee dat dit ooit structureel anders was, klopt niet. Tot 1977 bestonden meerderheidskabinetten in Nederland altijd uit 4 of meer partijen. Pas na de oprichting van het CDA veranderde deze situatie. Deze fusie maakte van 3 partijen 1, en werd al snel gevolgd door de fusies van de voorlopers van GroenLinks en de ChristenUnie. Hierdoor werd het parlement een periode erg overzichtelijk, maar het gaf ook de electorale ruimte voor het ontstaan van nieuwe partijen.

Een tweede aanname is dat versplintering per definitie zou leiden tot een onbestuurbaar land. Toch beschouwen we de 150 jaar die we zo geregeerd zijn over het algemeen niet als één lange periode van instabiliteit. Overigens laat hier ons geheugen ons wel in de steek; premier Balkenende staat bekend als slechte premier, vooral omdat hij binnen tien jaar 4 kabinetten geleid heeft. Iemand als Willem Drees herinneren we ons als een stabiele bestuurder, maar ook hij leidde 4 kabinetten in tien jaar.

Eigenlijk is het Nederlandse parlement altijd al zeer verdeeld geweest, waardoor Nederlandse kabinetten zelden de eindstreep halen. Deze situatie is absoluut niet nieuw, het is sinds 1848 eigenlijk de standaard en wordt veroorzaakt door ons stelsel.

In de tijd van de oorsprong van ons politieke stelsel vonden we de verdeeldheid namelijk een pluspunt; iedere maatschappelijke groep, hoe klein dan ook, diende een plaats te krijgen in de volksvertegenwoordiging, zodat iedere maatschappelijke groep het gevoel had volwaardig mee te doen. De oudste partij van Nederland, de SGP, is hiervan het beste voorbeeld.

De oorsprong van de Nederlandse partijen zit namelijk niet in hun program of standpunten, maar in de sociale definieerbaarheid van hun achterban; katholieken, hervormden, arbeiders, gereformeerden enzovoort. Hoe diep deze filosofie zit, blijkt bijvoorbeeld uit de nog veel gehoorde beschuldiging dat de PvdA 'haar eigen mensen' in de steek laat.

Het electoraat is echter niet meer zo gemakkelijk te definiëren als vroeger. De ontzuiling is versterkt door een individualisering en heeft voor een maatschappij gezorgd waar het steeds lastiger wordt mensen in een hokje in te delen. Ook is het aantal hokjes een stuk groter geworden; platteland, stad, oud, jong, allochtoon, autochtoon, hoogopgeleid, laagopgeleid, dierenvriend, carnivoor. En dit lijstje is allesbehalve volledig. Daarnaast behoren mensen steeds vaker tot meerdere categorieën tegelijkertijd, en blijven ze niet hun hele leven lang in hetzelfde maatschappelijke hokje hangen.

Het resultaat is voorspelbaar; de klassieke partijen hebben niet alleen een electoraal probleem, maar hebben een nog groter probleem in het werven en mobiliseren van leden. De opkomst van nieuwe partijen die zich richten op de 'vergeten' groepen, of partijen die de klassieke achterban-organisatie helemaal verlaten, zijn dan ook geen verrassing. Ze zijn het resultaat van een politiek stelsel dat gebaseerd is op een electoraat dat niet meer bestaat. Het is de manier waarop een verzuilde grondwet in een ontzuilde maatschappij haar politici en bestuurders levert.

In een verzuilde maatschappij is politieke versplintering geen garantie voor instabiliteit; de vele partijen zijn immers het resultaat van de sociaalmaatschappelijke verdeeldheid, en het zegt dus niets over hun politiek inhoudelijke standpunten. Hier zit het grote verschil met de huidige verdeeldheid. De huidige partijen kunnen zich niet meer beroepen op een sociaal definieerbare achterban, en moeten het verschil maken in de inhoud en de persoonlijkheid van hun politiek leider.

De conclusie van Femke dat de huidige verdeeldheid wel eens voor instabiliteit zou kunnen zorgen deel ik dus, maar omdat de oorzaak ergens anders ligt, zijn haar aanbevelingen niet de duurzame oplossing. Want ook zonder de door haar genoemde 'persoonlijke vete' tussen Balkenende en Bos, houden we een inhoudelijk versplintert parlement.

En met het advies om de inhoudelijke verschillen dan maar weg te bagatelliseren met 'vermijd dat inhoudelijke verschillen, die in de politieke werkelijkheid van alledag wel degelijk overbrugbaar zijn, als onverzoenlijk worden opgeklopt' kunnen we ook niet zoveel. Wel of niet blijven in Uruzgan is namelijk geen overbrugbaar verschil, in zo'n geval moet één van de twee buigen. Of barsten. Wel of niet discrimineren (PVV), wel of niet kerncentrales bouwen (GroenLinks zelf!), en zo kunnen we wel even doorgaan met verschillen die echt zijn. Wat volstrekt logisch is in een systeem waar de partijen zich moeten onderscheiden op de inhoud en de standvastigheid waarmee ze hun standpunten door weten te drukken.

Haar laatste aanbeveling is misschien wel een bevestiging van het feit dat de huidige versplintering alleen met een grondwetswijziging te beheersen is; 'maak van kamerverkiezingen geen premierverkiezingen'. Maar in een land waar het electoraat graag haar premier zou willen kiezen, en 9 juni de enige verkiezing gehouden wordt waarbij men hier nog enige invloed op heeft, is deze aanbeveling aan de verkeerde gericht. Het zijn niet de politici die er een premierverkiezing van maken, maar de kiezer doet dat. Die heeft geen boodschap aan constitutionele zuiverheid, maar wel bij een zo groot mogelijke invloed op bestuur. En als de grondwet dat niet voor hen regelt, dan zorgen ze er zelf voor. En ook de regionale verkiezingen  worden door de kiezer 'misbruikt' om Den Haag iets duidelijk te maken, en Den Haag (inclusief Femke) legitimeert dit door bij gemeenteraadsverkiezingen (of die van de PS of EP) doodleuk campagne te gaan voeren.

De enige manier om te voorkomen dat Tweede Kamerverkiezingen veranderen in een premierverkiezing, is het invoeren van zo'n premierverkiezing. Daar heeft men een grondwetswijziging voor nodig.

En de manier om de parlementaire verdeeldheid te beperken, is door het aantal partijen duurzaam te beperken. Dat kan op verschillende manieren (kiesdrempel, districtenstelsel) maar al die methodes vereisen ook een grondwetswijziging.

En als laatste; de manier om de ongewenste intimiteiten van Haagse politici bij verkiezingen waar ze niet aan mee doen te weren, is het loslaten van de gelijktijdigheid van de regionale verkiezingen. Als de circa 400 gemeenten hun verkiezingen spreiden, dan is er geen Haagse politicus die met al deze campagnes mee kan doen. Ook dit kan alleen door een grondwetswijziging.

De aanbevelingen die Femke doet, zijn symptoombestrijding. Het is mond op mond beademing voor een doodzieke grondwet.

De laatste tijd horen we veel opiniemakers (zoals bv Hans Goslinga ) mijmeren over een minderheidskabinet. Dan wordt vaak het kabinet van Cort van der Linden als voorbeeld genoemd. Ten onrechte, want technisch gesproken was dat geen minderheidskabinet, maar een extraparlementair kabinet dat een grondwetswijziging behandelde, en dus een zeer ruime (twee derde) meerderheid in het parlement had. Er zaten alleen geen ministers in die opzichtig verbonden waren met de deelnemende partijen; de premier zelf was van geen enkele partij lid. Overigens gaat het om de kabinetten (meervoud) van Cort van der Linden; van 1913 tot 1917, en na tussentijdse verkiezingen van 1917 tot 1918.

6 maart 2010

Are boycotts and sanctions really effective?

When it comes to the Middle East and other areas of the world, a certain word seems to have taken over the current affairs agenda: sanctions. While Prime Minister Benjamin Netanyahu is using every possible platform to call for painful sanctions against Iran, Israel's ambassadors are busy contending with a movement that is calling for the imposition of a boycott and sanctions on Israel.

lees verder

5 maart 2010

Ain't No Sunshine

Bill Withers zijn hart lijkt gebroken als hij dit zingt en het contrast met de wazige grijns van zijn drummer kon niet groter zijn.

4 maart 2010

Welke partij haat je het meest, de PVV of de PvdA?

De belangrijkste analyse van de gister gehouden verkiezingen, is natuurlijk dat het onmogelijk is om deze gemeenteraadsverkiezingen zomaar te vertalen naar landelijke.

Dat is eigenlijk altijd al zo; de lokale partijen zijn samen namelijk de grootste partij (21%) en hun achterban is niet zo makkelijk weg te rekenen of bij een andere partij te plakken. Gisteren werd deze onmogelijkheid nog groter, vooral omdat de PVV, die duidelijk één van de winnaars is, slechts in 2 gemeentes meedeed. Vervolgens waren er ook nog in 10% van de gemeentes helemaal geen verkiezingen ivm gemeentelijke herindelingen, zodat iedere analyse niet zozeer gebaseerd is op de verkiezingsuitslag van gisteren, maar op de opiniepeilingen die tegelijkertijd gehouden zijn.

Dat de PVV zou winnen, kon na de verkiezingen voor het EP moeilijk een verrassing genoemd worden. Ook de andere winnaars (GL, D66) waren toen al zichtbaar, net als de verliezers (CDA, PvdA, SP). Toch is er wel degelijk iets veranderd; het CDA en de SP blijven verliezen, terwijl de PvdA zich herstelt. Bij de winnaars zien we ook iets dergelijks; de PVV blijft winnen, terwijl de winst van GL en D66 begint te verdampen.

Een paar maanden geleden leek het erop dat we 7 partijen hadden die ongeveer even groot gingen worden en dus in de race waren voor het premierschap. Daarvan zijn er nu 3 afgehaakt; D66, GL en de SP zijn significant kleiner dan CDA, PvdA, PVV en de VVD.

Belangrijker dan de onvertaalbare verkiezingsuitslag, zijn de strategische campagnekeuzen die gemaakt zijn. Zo heeft de PvdA zich de afgelopen weken duidelijker verzet tegen de ideeën van de PVV dan zij daarvoor deed, wat één van de redenen voor het herstel is, maar ook de reden voor de verdampende winst voor GL en D66.

Het CDA wil graag een verkiezingsstrijd tussen Balkenende en Bos; dat is hen 3 jaar geleden goed bevallen toen ze de campagne over de poppetjes lieten gaan en niet over de inhoud. Verschillende CDA-ers hebben dan ook in de media regeren met de PvdA uitgesloten, of ongeloofwaardig genoemd. Hiermee volgt men dezelfde strategie als 3 jaar geleden.

Overigens vraag ik me af of dit, vanuit CDA perspectief, wel zo verstandig is. Het uitsluiten van de PvdA betekent in de huidige politiek dat men een stilzwijgende voorkeur uitspreekt om met de PVV te regeren. En dus is een stem op het CDA wel haast een garantie voor regeringsdeelname van Wilders.

Hierdoor ontstaat de rare situatie dat de PVV in de regering komt als ze zelf de grootste wordt, maar óók als het CDA de grootste wordt. Wilders heeft dit goed door, en heeft per direct zijn aanvallen op de premier (de 'dhimmi', de man met de ruggengraat van een banaan etc.) gestaakt en al zijn energie op de PvdA gericht. Want alleen als de PvdA wint, regeert de PVV zeker niet mee.

Dit is dan ook de zwakke plek van de CDA-strategie; de enige manier die anti-PVV-ers hebben om Wilders uit het kabinet te houden is strategisch stemmen op Wouter Bos. De vraag bij de aanstaande verkiezing is dus niet 'wie is de beste premier, Balkenende of Bos' zoals het CDA graag wil, maar 'welke partij haat je het meest, de PVV of de PvdA.'

Dat is ook de reden waarom de PVV door blijft stijgen, terwijl de PvdA zich herstelt ten koste van de partijen die hun anti-PVV-geluid eerder hebben laten horen en daar zelfs een winst door behaalden, zoals D66.

De strategie van het CDA betekent eigenlijk dat ze zichzelf minder relevant hebben gemaakt. Tel daar de imagoschade die de premier heeft opgelopen na 4 gestrande kabinetten, en een historische afstraffing is ook zonder opiniepeilingen al te voorspellen. Dit omdat een leiderschapswissel of een strategieverandering meer dan 3 maanden nodig heeft om echt succesvol te worden.

Het is vrijwel zeker dat er na 9 juni geen linkse (PvdA, SP, GL, D66) meerderheid is, maar ook een rechts kabinet (CDA, VVD, PVV) wordt door het verlies van het CDA lastig. Het meest waarschijnlijke toekomstige kabinet is een variant van paars (PvdA, VVD, GL, D66). In de peiling van gisteren had links 65 zetels, rechts 74 zetels, en paars-plus 75 zetels. Ondanks de grote fluctuaties van de afgelopen tijd, is deze onderlinge verhouding al een tijdje ongewijzigd.

Dit is een ironisch resultaat dat doet denken aan de verkiezingen voor het EP. Ook toen was de PVV de grote winnaar, maar door deze opmars wonnen haar grootste tegenstanders (GL, D66) óók. En wel zoveel dat in termen van macht zij het meest profiteerden.

Voor GL betekent het op 9 juni dat ze winnen ook als ze zouden verliezen; ze verliest immers haar huidige virtuele winst vooral aan de PvdA, waardoor de kans op regeringsdeelname eerder groeit dan kleiner wordt.

Door het spel van partijen uitsluiten, of juist bepaalde opties openhouden, is een situatie ontstaan waarbij je op 2 partijen tegelijk kunt stemmen. Als je op de PvdA stemt, stem je ook op GL en als je op het CDA stemt, stem je ook op de PVV. Wordt het paars-plus, of wordt het een rechts kabinet? Welke partij haat je het meest, de PVV of de PvdA?

3 maart 2010

Israeli Apartheid Week 2010

Momenteel is de Israeli Apartheid Week 2010  aan de gang. Werd door Israël tot voor kort nog ontkend dat haar systeem een variant van apartheid is, inmiddels is zelfs de Israëlische regering er op overgegaan dit feit te erkennen.

Minister van defensie Ehud Barak verwoordde het vorige week als volgt; “As long as in this territory west of the Jordan river there is only one political entity called Israel, it is going to be either non-Jewish, or non-democratic. If this bloc of millions of Palestinians cannot vote, that will be an apartheid state.”

Zoek de 10 verschillen

Het is mij niet gelukt.

Zoek de 10 verschillen

2 maart 2010

Goede tijden, slechte tijden

Dat Griekenland in de financiële problemen zit, kan niemand ontgaan zijn. Dat er achter de schermen, met name op initiatief van Duitsland, gewerkt wordt aan een reddingsplan is ook duidelijk, hoewel men door het ontkennen hiervan de druk op de Grieken hoog wil houden. En het eigen volk tevreden.

Zo wil de EU dat Griekenland op zeer korte termijn haar begrotingstekort met 4% verlaagd. Of beter gezegd, bezuinigt, want de EU heeft als ideologie dat zelfs een land in extreme geldnood, haar belastingen niet mag verhogen.

Toch blijft het moeilijk uit te leggen; de EU heeft deze maand een inflatie van 0,9%, vorig jaar was er 5 maanden lang zelfs sprake van deflatie, dus voor de stabiliteit van de Euro hoeft men geen reddingsplan te lanceren. Eerder is het omgekeerd; het risico op een deflatieprobleem is vele malen groter dan het risico van hyperinflatie, zelfs bij een faillissement van de Griekse overheid.

Het is ook maar de vraag of de Grieken zelf veel wijzer gaan worden van het reddingsplan; men kan weliswaar tegen een voordeliger tarief lenen, maar de voorwaarde van drastisch bezuinigen tijdens een crisis zijn een garantie voor sociale onrust, en wat belangrijker is, ze zijn desastreus voor de Griekse economie.   

Het belangrijkste probleem van het land zit hem namelijk in de hoge werkloosheid. Deze is ten dele veroorzaakt door het wegvallen van de vraag (vanwege de crisis) maar ook door een slechte verhouding tussen arbeidsproductiviteit en de kosten van arbeid. Toen de Grieken een eigen munt hadden, loste men dit laatste probleem op door zo nu en dan de munt te devalueren. Een mogelijkheid die men nu niet meer heeft.

Een tweede methode om dit probleem op te lossen is door de loonkosten te beperken door óf de lonen te verlagen óf de loonbelasting te verlagen. Maar deze oplossing betekent in eerste instantie minder belastinginkomsten en dus een nog groter tekort bij de Griekse overheid.

Drastisch bezuinigen veroorzaakt een nog grotere werkloosheid, terwijl het instrument van een loonkostenverlaging onmogelijk wordt. De fixatie die de EU heeft op het snel bereiken van een gesloten begroting, is ook enigszins hypocriet; in ieder land heeft men een fors begrotingstekort, en koppelt men de bezuinigingen aan het moment van herstel.

Een tweede probleem, dat ontstaan is door de toetreding tot de Euro, is het feit dat voor Griekenland de staatsschuld steeds moeilijker wordt om af te betalen; de al eerder genoemde onmogelijkheid om te devalueren, gecombineerd met de lage inflatie zijn ook in dit opzicht de boosdoener.

In Zuid Amerika heeft men ooit in dezelfde situatie van te veel schulden gezeten. Door te heronderhandelen over deze schulden, met als doel de rente te verlagen én de termijn te verlengen, dan wel ten dele af te betalen met goedkoper krediet van het IMF, wat hetzelfde resultaat heeft. Het draaglijker maken van de Griekse staatsschuld zou het begrotingstekort doen dalen, zonder de nadelige gevolgen van de shocktherapie die de EU in gedachten heeft.

Indien Griekenland failliet zou gaan, zou het bovenstaande ook gebeuren; de schuldeisers kunnen dan niet anders dan accepteren wat de Grieken wensen af te betalen. Voor de Grieken dus niet eens zo'n nadelig scenario, maar voor de andere zwakkere broeders in de EU rampzalig.

Als de EU Griekenland echt wil helpen, zullen ze met iets moeten komen dat aantrekkelijker is dan een faillissement. De huidige voorwaarden doen de EU hulp eerder lijken op straf voor de oneerlijkheid van de vorige Griekse regering, dan op een realistisch, economisch afgewogen reddingsplan.

Na 10 jaar Euro is het duidelijk dat het tijd wordt voor een nieuw verdrag. Een verdrag dat niet alleen rekening houdt met de goede tijden, maar ook met slechte tijden. Een sterke Euro-toezichthouder voor de banken, een Euro-bankgarantie, een Euro-noodfonds voor lidstaten met liquiditeitsproblemen, een flexibelere grens dan 3% begrotingstekort, en een realistischer inflatiepolitiek zijn inmiddels dringend noodzakelijk geworden.

How Did Economists Get It So Wrong?

door Paul Krugman, winnaar van de Nobelprijs voor de Economie

It’s hard to believe now, but not long ago economists were congratulating themselves over the success of their field. Those successes — or so they believed — were both theoretical and practical, leading to a golden era for the profession. On the theoretical side, they thought that they had resolved their internal disputes. Thus, in a 2008 paper titled “The State of Macro” (that is, macroeconomics, the study of big-picture issues like recessions), Olivier Blanchard of M.I.T., now the chief economist at the International Monetary Fund, declared that “the state of macro is good.” The battles of yesteryear, he said, were over, and there had been a “broad convergence of vision.” And in the real world, economists believed they had things under control:

the “central problem of depression-prevention has been solved,”

lees verder

28 februari 2010

De Friese Napoleon

De gemeentelijke herindeling in Zuid West Friesland lijkt door de val van het kabinet uitgesteld te gaan worden. De kans is groot dat het onderwerp controversieel verklaard wordt, zeker gezien de lange lijst met vragen die de regering heeft gekregen van de leden van de vaste kamercommissie BZK.

De vragen van de Tweede Kamerleden hebben vooral betrekking op het draagvlak onder bevolking, het advies van de Provinciale Staten, de interne samenhang van de nieuwe gemeente, en de invloed die deze fusie op de andere Friese gemeentes zal hebben. Overigens zijn de vragen, ook voor een volgend kabinet, moeilijk positief te beantwoorden.

Uit de drie opiniepeilingen die er gehouden zijn, blijkt dat alleen de inwoners van de gemeente Bolsward voor de fusie zijn; in de andere 4 gemeenten zijn de tegenstanders een ruime meerderheid.

Het advies van de Provinciale Staten was negatief, mede om die reden is hun motie door de gedeputeerde Sjoerd Galema niet meegezonden naar de regering.

De interne samenhang van de nieuwe gemeente is slecht. Dat is niet zo verwonderlijk; de nieuwe gemeente zou de grootste van Nederland worden; met 62 dorpen en 6 steden beslaat zij bijna 25% van heel Friesland. De kloof tussen het platteland en de steden is misschien nog wel op te lossen, maar de economische oriëntatie van het Noorden van de nieuwe gemeente is gericht op het nabijgelegen Harlingen, terwijl de fusiegemeente als kern het veel verder gelegen Sneek heeft.

Voor andere Friese gemeenten is de fusie desastreus; Boarnsterhim zal zichzelf opheffen in 2013, Gaasterlân-Sleat zal haar samenwerkingsverbanden zien verdwijnen en moeten fuseren, Heerenveen en Drachten worden kleine gemeentes (en zijn daarom ook maar op zoek naar een uitbreiding) en dan lijkt zelfs Leeuwarden haar eeuwenoude positie als grootste gemeente van Friesland kwijt te gaan raken.

De voorgenomen fusie zal een (gedwongen) fusiegolf bij de andere Friese gemeentes veroorzaken. Dat begrijpen de andere gemeentes dondersgoed, zodat men alvast met verkenningen is begonnen. Dat zorgt voor een politieke discussie die veel weg heeft van de stafvergaderingen van Napoleon, als deze de kaart van Europa weer eens veranderde;

(uit de Leeuwarder Courant van 30-1-2010)

,,Nu worden we in de armen van Skarsterlân gedreven terwijl wij daar weinig mee hebben'', sprak Sytse Bouwhuis van Burgerinitiatief Gaasterlân- Sleat. ,,Skarsterlân gebruikt ons nu om Heerenveen op afstand te houden''.

Kamerlid Van Beek maakt zich hier zorgen over en vroeg aan gedeputeerde Sjoerd Galema: ,,Ik ga er toch vanuit dat u dit goed geregeld heeft?''

Galema zei dat een fusie van Skarsterlân, Gaasterlân-Sleat en Lemsterland niet aanvaardbaar is ,,zonder dat Heerenveen kleur krijgt''. Grotere plaatsen mogen ,,niet achterblijven als eilanden in het omringende platteland''. Van Beek wilde weten wat Heerenveen straks dan moet als Skarsterlân toch met Lemsterland en Gaasterlân-Sleat versmelt. Zag Galema Opsterland dan soms als fusiepartner voor Heerenveen? Galema: ,,U voelt de richting goed aan, maar je moet ook denken aan de Stelllingwerven''.

Een week later in dezelfde krant, vat professor Elzinga het als volgt samen; ,,Het provinciaal bestuur heeft volstrekt onverantwoord gehandeld omdat bij realisatie van deze herindeling het bestuurlijk evenwicht in Friesland volledig zoek zal raken en er eigenlijk zonder nadere analyse en draagvlak moet worden overgegaan tot vergelijkbare herindelingen in de rest van de provincie. In dit dan onvermijdelijke vervolgtraject heeft Fryslân zijn gezag grotendeels verspeeld omdat er nauwelijks alternatieven zijn." Hij voegt er aan toe dat als gevolg van het falen van het proces in grote delen van Zuid-West Friesland ,,de gemeente als politiek stelsel zal worden opgeheven".

Gezien de vele kritische vragen van de Kamerleden krijgt de Friese Napoleon Sjoerd Galema nog een hele kluif om de kaart van Friesland naar zijn goeddunken ingericht te krijgen. Tenzij hij overgaat tot het instrumentarium van zijn grote voorganger, en de artillerie er bij haalt.

Varia